maandag 16 oktober 2017

Raveleijn: Grijsvalk

Samuel vertelde: ‘Vanaf toen ging het verkeerd met Raveleijn. Het leek wel of de graaf gek geworden was.’ ‘Wat deed hij dan?’ vroeg Thomas. Samuel haalde zijn schouders op.
‘Krankzinnige dingen! In werkelijkheid gebruikte Grafhart zijn leger alleen maar om zijn volk in bedwang te houden. De bewoners van Raveleijn werden behandeld als slaven.
En intussen verschenen er steeds meer Graffers in en rond de stad.’
‘Graffers?’ zei Thomas. ‘Die vreemde monsters van hout en ijzer?’
Opeens kwam Samira onverwacht tevoorschijn uit de schaduwen. Ze keek hem aan. Opnieuw voelde Thomas het bloed naar zijn hoofd stijgen. Samira glimlachte: ‘Je hebt zelf een Graffer verjaagd, Thomas …’ Thomas staarde naar Samira. Zijn wangen gloeiden alsof ze in de zon verbrand waren.


‘Je hebt mij gered, Ruiter. En daar zijn Bertram en ik je dankbaar voor.’
‘Eh, Bertram?’ vroeg Thomas.
Da’s vast haar vriendje, dacht hij. Natuurlijk! Hoe had hij kunnen denken dat zo’n mooi meisje geen vriend zou hebben! Voor ze antwoord kon geven, ging Samuel verder.
‘Ik zal mijn verhaal even afmaken. Grafhart dwingt de mensen van Raveleijn dus om die vreemde, monsterlijke wezens te bouwen. Angstaanjagende beesten, karkassen van metaal en hout, waarmee hij de macht over Raveleijn wil behouden.’
‘Wat een schurk!’ zei Thomas.


Samuel zuchtte en wreef met zijn knobbelige hand over zijn voorhoofd.
‘De graaf heeft een gave: hij kan die bouwsels bezielen met leven. Niemand begrijpt hoe dat werkt. Hij kan ze blijkbaar beheersen met zijn geest.’ Samuel zweeg even, zuchtte en ging verder met zijn verhaal. ‘Het werd nog erger. De arme inwoners van Raveleijn kwamen naar mij voor raad en hulp. Ze hadden geen zin om die monsters te bouwen. En ze wilden hun zonen terug, uiteraard. Ik ging naar Grafhart om hem over te halen te stoppen met zijn onzalige plannen. Ik waarschuwde hem dat het volk zich tegen hem zou keren. Maar hij luisterde niet. In plaats daarvan stuurde hij zijn trouwste dienaar op mij af: ‘Grijsvalk.’
Samuel bracht zijn gezicht vlak voor Thomas. Het werd doodstil in de grot. Er klonk alleen wat onrustig geschuifel van schoenen.



Samuel wees op de lap die voor zijn ogen gebonden was. ‘Achter deze doek zitten blinde ogen. Grafhart wilde laten zien wat er gebeurt als iemand zich tegen hem verzet. Zijn vogel Grijsvalk zweeft hierboven rond en bespiedt ons.’
Thomas slikte en wist niets te zeggen.
‘Dat is mijn verhaal, jongen. En dat van Raveleijn en Olaf Grafhart.’
Samuel zuchtte. ‘Samira, mijn dochter, is de reden dat ik de strijd nooit opgeef.’
‘Uw … uw dochter?’ zei Thomas. ‘Oh, dus dat meisje is …’ Hij keek om zich heen. Samira was nergens meer te zien.

Thomas werd opnieuw rood. Emma en Lisa giechelden achter zijn rug. Opeens verscheen er een glimlach op het gezicht van Samuel. ‘Maar … gelukkig is voorspeld dat er ooit een eind zal komen aan de heerschappij van Olaf de Verschrikkelijke.’
‘Hoe … hoe dan?’ stamelde Thomas. ‘Vijf ruiters!’ glimlachte de oude man. ‘Vijf ruiters zouden het opnemen tegen graaf Grafhart. Jullie zijn die vijf ruiters! Dat weet ik zeker.’
‘Wij?’ riepen Emma, Lisa en Maurits. ‘Wij?’ riep Joost. ‘Hoera!’
Samuel knikte. ‘Belachelijk!’ zei Thomas. ‘Hoe kunnen wij die vreselijke graaf Grafhart verslaan? Wij zijn eigenlijk kinderen! Joost is pas zes, al ziet hij er nu ouder uit.’
De oude man schudde zijn hoofd. ‘Jullie zijn De Vijf. En jullie kunnen gebruikmaken van bijzondere gaven.’ ‘Huh?’ zei Thomas.

Samuel knikte.
‘Jazeker! De oorsprong van jullie speciale krachten zijn vijf bijzondere elementen. Ik heb het over vuur, hout, metaal, water en aarde! Zo is het ooit voorspeld. Jullie zullen leren hoe je die krachten kunt ontwikkelen, om uiteindelijk de graaf en zijn dienaren te verslaan en Raveleijn te bevrijden. Als jullie willen, tenminste.’
Hoe meer Samuel vertelde, hoe absurder Thomas het verhaal vond. Toen de oude man uitgesproken was, staarden de kinderen hem verdwaasd aan. Thomas schudde zijn hoofd.
‘U zegt eigenlijk dat wij een soort supermensen zijn, die met geheimzinnige krachten die bloedgevaarlijke graaf Grafhart moeten verslaan?’

Samuel knikte glimlachend. ‘Precies! Dat bedoel ik wel, ongeveer. Wij zullen jullie heel dankbaar zijn.’ 
Ze stonden vol ongeloof naar Samuel te kijken.
Alleen Joost glimlachte. Hij streelde zijn zwaard en zei: ‘Dat lijkt me wel gaaf. Precies wat ik altijd gewild heb: de slechteriken verslaan!’
Thomas sprong overeind. Hij had snel nagedacht en besloot dat het genoeg was geweest. Er was geen reden om hier te blijven. Veel te gevaarlijk. Bovendien had Samira al een vriend. Die Bertram bofte maar.
‘Nee!’ zei hij.
‘Vergeet het maar …!’